... Een
paardenkeuring in Cheppy. We stappen af. De keurmeesters staan
onder het portaal van de kerk.
Aan de rechterkant staat het
oorlogsmonument, dat hier in elk dorp te vinden is, links wacht
een rij zware, Belgische trekpaarden op hun keuring, de teugels
vastgebonden aan de bomen. Een man in het wit heeft een paard
bij de teugel, leidt het voor de keurmeesters en laat het daar
stilstaan. Een loslopend veulen dartelt mee. De keur-meesters
bekijken het dier aandachtig. Het veulen blijft zo dicht
mogelijk bij het grote paard, zoekt er bescherming. Op een teken
van de keurmeesters laat een tweede man een zweep knallen en in
een flinke draf komt het paard geleid door de man recht op ons
af. Pal voor ons wordt een draai van 180 graden gemaakt en
teruggedraafd naar de kerk. Het veulen rent op zijn hoge benen
houterig met het paard mee.
Het
probeert eveneens de scherpe draai te maken, maar glijdt
onderuit en valt plat op zijn zijkant. Het beestje krabbelt
overeind en rent terug naar zijn moeder. Niemand schenkt er
enige aandacht aan.
De
lucht betrekt in snel tempo en in de afdaling naar Varennes-en-Argonne begint het zachtjes te regenen. Gelukkig is
er een hotel waar we wat kunnen drinken.
De gelagkamer is leeg.
Alleen de eigenaar zit op z'n dooie gemak een voor een rode
bessen van hun steeltjes te ontdoen. Voor hem op de grond
wachten de andere bessen in een overvolle teil geduldig op hun
beurt. In een hoek van de gelagkamer staat op een tafel een
elektrische figuurzaag. Houten spanten van een modelboot worden
met lijmklemmen en wasknijpers bij elkaar gehouden. Na warme
chocolademelk gebracht te hebben gaat de man onverdroten verder
met zijn bessen.
Het
regent hard als we opstappen. We steken de Aire over en beginnen
aan een lange klim de vallei uit gevolgd door een geleidelijke
afdaling door de sombere, vochtige bossen van de Argonne. Een
tamelijk brede weg, nauwelijks verkeer. In het smalle dal liggen
uitgestorven dorpjes. In veel populieren woekeren maretakken. Panoramix, de druïde uit het dorp van Asterix, zou hier met
zijn gouden snoeimes voldoende maretakken kunnen snijden om met
zijn toverdrank heel Frankrijk onoverwinnelijk te maken.
Na
Vienne-la-Ville verdwijnen langzamerhand de bossen. Akkers nemen
hun plaats in. De beschutting van de bomen valt weg. De harde
wind hebben we vanzelfsprekend tegen. We vorderen slechts
langzaam. Een lunch in een bushokje in Courtémont. Koud en
tochtig. De regen slaat tegen de ruiten. Op het asfalt van de
weg vloeien kleine stroompjes samen tot grotere die in de goot
uitgroeien tot een beek.
De
D931 is druk. Het opspattende water van de auto's zorgt voor
extra nattigheid. Reusachtige, lichtgolvende akkers. Een kale,
lege wereld. Geen bomen, geen heggen, geen beschutting.
Onze pelgrimstocht is een bizarre onderneming aan het
worden. Bij Somme-Bionne kunnen we de D931 verlaten en schuin
afsteken naar La Croix-en-Champagne over een zes kilometer lange
landweg door de velden. De routebeschrijving waarschuwt dat er
één kilometer steenslag voor lief genomen moet worden. 'Geschikt
dus voor dikke(re) banden en bij redelijk weer.' staat er
letterlijk. We aarzelen. Het weer is onredelijk, maar het eerste
stuk dat schuin afloopt naar een klein spoorviaduct, ziet er
vrij goed uit. We besluiten het erop te wagen. De eerste kilometer
gaat goed. Het asfalt is niet best, maar er valt over te
fietsen. Steenslag lost het asfalt af. Het fietsen gaat wat moeilijker.
Langzaam dalen we verder. De steenslag verdwijnt. De weg
verandert in een modderig pad en het pad vervolgens in twee
glibberige karrensporen van geelgrijze klei. Door haar beslagen
bril ziet Nel de diepe geulen in en naast de karrensporen niet
goed. Enkele malen slipt ze weg maar blijft telkens overeind
door precies op tijd van haar fiets te springen. Plotseling
slipt ook mijn achterwiel weg op een schuin aflopende,
spekgladde kleirug. Ik blijf met moeite overeind. Nel niet. Ze
gaat fraai onderuit. Gelukkig mankeert ze niets. Haar stuur zit
los en het spatbord is verbogen. Dat is snel verholpen. De weg
daalt verder. De klei is hier verzadigd van het regenwater. Mijn
banden zakken diep weg in de prut en de geelgrijze smurrie hoopt
zich op tussen de banden en de spatborden. Het fietsen gaat
steeds moeizamer en tenslotte slaan de wielen vast. De modder
komt als een schuimende scheergel onder de spatborden vandaan.
Mijn sandalen zakken diep weg in de modder, die over de randen
golft. Ook Nel is tot stilstand gekomen. Met enkele stokjes
peuteren we de ergste modder vanonder de spatborden en stappen
weer op. Na amper vijf minuten fietsen, lopen de wielen opnieuw
vast. In mijn achterwiel is helemaal geen beweging meer te
krijgen. Een grote steen heeft zich vastgezet tussen het
spatbord en de band. Weer een hoop gepeuter met stokjes.
Nogmaals stappen we op........