Fragment uit 'Terugkeer naar Santiago'

                                             

Dun-sur-Meuse – Châlons-en-Champagne, 98 km

... Een paardenkeuring in Cheppy. We stappen af. De keurmeesters staan onder het portaal van de kerk.

Aan de rechterkant staat het oorlogsmonument, dat hier in elk dorp te vinden is, links wacht een rij zware, Belgische trekpaarden op hun keuring, de teugels vastgebonden aan de bomen. Een man in het wit heeft een paard bij de teugel, leidt het voor de keurmeesters en laat het daar stilstaan. Een loslopend veulen dartelt mee. De keur-meesters bekijken het dier aandachtig. Het veulen blijft zo dicht mogelijk bij het grote paard, zoekt er bescherming. Op een teken van de keurmeesters laat een tweede man een zweep knallen en in een flinke draf komt het paard geleid door de man recht op ons af. Pal voor ons wordt een draai van 180 graden gemaakt en teruggedraafd naar de kerk. Het veulen rent op zijn hoge benen houterig met het paard mee.

Het probeert eveneens de scherpe draai te maken, maar glijdt onderuit en valt plat op zijn zijkant. Het beestje krabbelt overeind en rent terug naar zijn moeder. Niemand schenkt er enige aandacht aan.

De lucht betrekt in snel tempo en in de afdaling naar Varennes-en-Argonne begint het zachtjes te regenen. Gelukkig is er een hotel waar we wat kunnen drinken.

De gelagkamer is leeg. Alleen de eigenaar zit op z'n dooie gemak een voor een rode bessen van hun steeltjes te ontdoen. Voor hem op de grond wachten de andere bessen in een overvolle teil geduldig op hun beurt. In een hoek van de gelagkamer staat op een tafel een elektrische figuurzaag. Houten spanten van een modelboot worden met lijmklemmen en wasknijpers bij elkaar gehouden. Na warme chocolademelk gebracht te hebben gaat de man onverdroten verder met zijn bessen.

Het regent hard als we opstappen. We steken de Aire over en beginnen aan een lange klim de vallei uit gevolgd door een geleidelijke afdaling door de sombere, vochtige bossen van de Argonne. Een tamelijk brede weg, nauwelijks verkeer. In het smalle dal liggen uitgestorven dorpjes. In veel populieren woekeren maretakken. Panoramix, de druïde uit het dorp van Asterix, zou hier met zijn gouden snoeimes voldoende maretakken kunnen snijden om met zijn toverdrank heel Frankrijk onoverwinnelijk te maken.

Na Vienne-la-Ville verdwijnen langzamerhand de bossen. Akkers nemen hun plaats in. De beschutting van de bomen valt weg. De harde wind hebben we vanzelfsprekend tegen. We vorderen slechts langzaam. Een lunch in een bushokje in Courtémont. Koud en tochtig. De regen slaat tegen de ruiten. Op het asfalt van de weg vloeien kleine stroompjes samen tot grotere die in de goot uitgroeien tot een beek.

De D931 is druk. Het opspattende water van de auto's zorgt voor extra nattigheid. Reusachtige, lichtgolvende akkers. Een kale, lege wereld. Geen bomen, geen heggen, geen beschutting. Onze pelgrimstocht is een bizarre onderneming aan het worden. Bij Somme-Bionne kunnen we de D931 verlaten en schuin afsteken naar La Croix-en-Champagne over een zes kilometer lange landweg door de velden. De routebeschrijving waarschuwt dat er één kilometer steenslag voor lief genomen moet worden. 'Geschikt dus voor dikke(re) banden en bij redelijk weer.' staat er letterlijk. We aarzelen. Het weer is onredelijk, maar het eerste stuk dat schuin afloopt naar een klein spoorviaduct, ziet er vrij goed uit. We besluiten het erop te wagen. De eerste kilometer gaat goed. Het asfalt is niet best, maar er valt over te fietsen. Steenslag lost het asfalt af. Het fietsen gaat wat moeilijker. Langzaam dalen we verder. De steenslag verdwijnt. De weg verandert in een modderig pad en het pad vervolgens in twee glibberige karrensporen van geelgrijze klei. Door haar beslagen bril ziet Nel de diepe geulen in en naast de karrensporen niet goed. Enkele malen slipt ze weg maar blijft telkens overeind door precies op tijd van haar fiets te springen. Plotseling slipt ook mijn achterwiel weg op een schuin aflopende, spekgladde kleirug. Ik blijf met moeite overeind. Nel niet. Ze gaat fraai onderuit. Gelukkig mankeert ze niets. Haar stuur zit los en het spatbord is verbogen. Dat is snel verholpen. De weg daalt verder. De klei is hier verzadigd van het regenwater. Mijn banden zakken diep weg in de prut en de geelgrijze smurrie hoopt zich op tussen de banden en de spatborden. Het fietsen gaat steeds moeizamer en tenslotte slaan de wielen vast. De modder komt als een schuimende scheergel onder de spatborden vandaan. Mijn sandalen zakken diep weg in de modder, die over de randen golft. Ook Nel is tot stilstand gekomen. Met enkele stokjes peuteren we de ergste modder vanonder de spatborden en stappen weer op. Na amper vijf minuten fietsen, lopen de wielen opnieuw vast. In mijn achterwiel is helemaal geen beweging meer te krijgen. Een grote steen heeft zich vastgezet tussen het spatbord en de band. Weer een hoop gepeuter met stokjes. Nogmaals stappen we op........