Nadat ze in 2005 door ziekte in Thann gestrand
waren, gaan Guus en Nel Schipper in 2007 voor de tweede maal op
weg naar Venetië. Het wordt een van hun boeiendste tochten, wat
mede te danken is aan de afwisselende route die Paul Benjaminse
in Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Venetië
beschreven heeft. Tot aan de Italiaanse grens is het landschap
buitengewoon boeiend en gevarieerd met o.a. de Ardennen, de
Vogezen, de Jura en de Alpen. Natuurlijk zijn er ook bijzonder
mooie steden als Metz, Nancy en Bern, maar de natuur overheerst
in het eerste gedeelte van de tocht. In Italië maakt de cultuur
de meeste indruk op hen met schitterende steden als Como,
Bergamo, Brescia, Verona, Montagnana, Padua en natuurlijk
Venetië.
In België rijden ze een enkele maal over een
fietspad dat op een oude spoorwegbedding is aangelegd, soms
volgen ze riviertjes als de Diemer. Ook maakt de route gebruik
van fietsknooppunten. Ze overnachten in pittoreske oude stadjes
als Lier, Diest en Huy, vanwaar ze de Ardennen in trekken. De
eerste heuvels vormen geen probleem en over een prachtig
fietspad fietsen ze naar Luxemburg.
Noordoost-Frankrijk is een kaal en leeg land waar
de heuvels zich aaneenrijgen. Door de harde tegenwind gaat het
fietsen er erg moeizaam. Na Nancy is het ergste leed geleden en
over rustige wegen en fietspaden trekken ze naar de Vogezen.
Soepel nemen ze de Col d'Oderen.
De volgende pas die ze moeten nemen is de Col des
Rangiers in Zwitserland, waar ze te maken krijgen met hevig
noodweer en ze nergens een schuilplaats kunnen vinden. Ook de
overige dagen in Zwitserland moeten ze de lucht goed in de gaten
houden.
Eenmaal in Italië verandert dat gelukkig. Enkele
angstige ogenblikken beleven ze op weg naar Brescia als ze
tijdens een eetstop tot tweemaal toe met de dood bedreigd worden
door een kolossale man.
Het Lago Maggiore, het Meer van Lugano, het
Comomeer en het Gardameer zijn betoverend mooi, maar worden op
sommige plaatsen helaas ook overspoeld door de toeristen.
Natuurlijk is het ook in de steden druk. De
pleinen met hun paleizen en kerken en de nauwe straatjes waar de
middeleeuwse huizen tegen elkaar leunen, zijn het bezichtigen nu
eenmaal meer dan waard. Vaak zijn ze echter pas tegen het eind
van de middag in zo'n stad en is de ergste drukte voorbij als ze
op verkenning gaan. In Bergamo en Verona valt zoveel te zien dat
ze er een dag langer blijven. Uiteindelijk bereiken ze Mestre na
een dodenrit over een levensgevaarlijke weg. Hier nemen ze
enkele dagen hun intrek in een hotel en reizen dagelijks met de
trein naar Venetië, de stad die zo ongelooflijk veel te bieden
heeft.